Archief | gedachten RSS for this section

DIV perikelen, een echte Belgische klucht.

Op 25 april dit jaar koop ik mij een andere motorfiets, eentje die ik al lang wou maar de eeuwige twijfelaar in mij verhinderde dit tot nu toe. Eindelijk was het zover, een buitenkansje, een mooie motor tegen een mooie prijs.
De dag nadien (26 april 2017) neem ik contact op met mijn verzekeringsmaatschappij om deze motor te laten verzekeren en om hem in te schrijven bij de DIV. Ik bezorg de verzekeringmaatschappij alle nodige documenten om de aanvraag te doen.
Ik vertel er wel bij dat ik met mijn huidige motor blijf rijden tot alles in orde is. Dan zal ik zelf de schrapping van deze motor verzorgen door mijn kentekenplaat aan te bieden in een postkantoor (kost u €9.75, maar hij is wel meteen geschrapt en u krijgt het bewijs meteen mee).

Ik ben vanaf 26 april in blijde verwachting van mijn nieuw kentekenbewijs, intussen kan ik rustig blijven verder rijden met mijn oude motor. De nieuwe machine staat geduldig te wachten in de garage op de nieuwe “nummerplaat”.

Eergisteren 10 mei kreeg ik plots een enveloppe toegestuurd van mijn verzekeringsmaatschappij met een roze inschrijvingsformulier voor de aanvraag van een nieuwe kentekenplaat. Het begeleidend schrijven laat me weten dat er terug problemen zijn met de applicatie WebDIV en dat de procedure bespoedigd kan worden wanneer ik me zelf aanbied op een inschrijvingskantoor. Groot was mijn verbazing, ik dacht mijn nieuwe kentekenplaat spoedig te mogen ontvangen en nu moest ik er zelf nog voor zorgen wou ik ooit aan een kentekenplaat geraken!

Ik heb me op 11 mei 2017 aangeboden in Gent op het lokale DIV kantoor, zeer bemoedigend was dit niet overigens want de mensen stonden tot buiten aan te schuiven, gelukkig was het best aangenaam weer! Eerst binnen een nummertje trekken (nummer 21) even kijken naar het scherm “nummer 92 wordt bediend aan loket 3”. Nog even geduld dus, dat moet men letterlijk nemen want men moet daar heel veel geduld hebben. Er zijn daar 4 loketten waarvan er maar 2 open waren. Om 12 uur stipt sluit het kantoor en moet iedereen buiten en om 13 uur mag men weer binnen verder aanschuiven, indien men geluk heeft is men voor 15.45 uur bediend, anders kan men nog eens terugkomen en de procedure terug doorlopen van begin af aan! Een echte klucht is dat.

Maar ik had geluk, iets na 11 uur was ik eindelijk aan de beurt, alle documenten die ik nodig had waren in orde en op een paar minuten was het geregeld. Ik kende meteen mijn nieuwe nummerplaat en kreeg de verzekering van de ambtenaar dat deze morgen bij mij thuis zou geleverd worden door de Belgische postdiensten. Ik dacht bij mezelf, eindelijk dit grapje duurt nu al bijna 14 dagen en nog steeds geen kentekenbewijs en kentekenplaat, het heeft nu lang genoeg geduurd.

De post verzorgd de levering van de kentekenbewijzen, men betaalt € 30,00 aan de postbode en men heeft meteen al het nodige om te kunnen rijden met uw nieuwe voertuig. Zo dacht ik toch…

Vandaag zat ik dus geduldig te wachten (doe ik hier nog altijd) maar tot op dit ogenblik, 17.30 uur, heb ik nog geen postbode gezien of gehoord, ik mag dus gerust stellen dat de bewering van de FOD – Mobiliteit op hun pagina: WebDIV inschrijvingen larie en apekool is.
Het gevolg is dat ik maandag nog eens kan zitten wachten op een postbode in de hoop dat hij dan mijn nieuwe kentekenplaat komt brengen en dan kan ik eindelijk, na meer dan 14 dagen misschien toch kan beginnen rijden met mijn nieuwe motor.

Intussen loopt er een dubbele verzekering (2 motoren) en loopt mijn inschrijvingstaks voor 2 motoren. Allemaal dankzij het geklungel van een overheidsapparaat die er maar niet in slaagt om een eenvoudige applicatie voor verzekeringen goed werkende te krijgen. Een overheidsbeslag van 56% en nog draait het staatsapparaat niet zoals het hoort.

Waar hebben wij, brave, belasting betalende Belgen dat toch aan verdiend?

 

Advertenties

“Treinramp Wetteren is volledig de fout van machinist”volgens het Belgische gerecht.

treinramp-wetteren

Foto: Het nieuwsblad.

Makkelijk gezegd, het onderzoek wordt stopgezet omdat de “schuldige” overleden is. Daarom zegt het parket “ontslag van onderzoek wegens overlijden”. Daarmee is de kous af voor het gerecht. Er kunnen “geen technische of veiligheidstekortkomingen ten laste worden gelegd aan anderen dan de treinbestuurder zelf”.
Ziezo, iedereen is blij, de schuldige is aangewezen en er zal geen strafvervolging meer zijn omdat de “schuldige” overleden is. Alle andere betrokken actoren kunnen bijgevolg hun handen in onschuld wassen. Niemand kan nog aansprakelijk gesteld worden. Het is voorbij. De machinist wordt met de vinger gewezen, hij en hij alleen was de schuldige. Het Belgische spoorwegnet was veilig, er waren geen tekortkomingen, de machinist heeft een fout gemaakt en daardoor het ongeval veroorzaakt.
Ik hoop dat alle actoren goed slapen want wie iets kent van spoorwegveiligheid en spoorwegsystemen weet maar al te goed dat er veel meer kon gedaan worden om dit ongeval te voorkomen.

Veiligheidsuitrustingen op de krachtvoertuigen en de spoorlijnen.

We moeten ons bij dit dramatisch ongeval maar 2 vragen stellen:
1. Met welk veiligheidssysteem was de lijn waar het ongeval gebeurde destijds uitgerust?
2. Met welk veiligheidssysteem was het krachtvoertuig uitgerust?

De lijn waar het ongeval gebeurde was nog gedeeltelijk uitgerust met het oude “krokodilsysteem”, een systeem waarbij een borstel onder het krachtvoertuig over een ijzeren “brug” (die er een beetje uitziet als een krokodil, vandaar de naam) sleept die opgesteld is tussen de sporen. Bij het slepen over de “krokodil” ontvangt het krachtvoertuig een bepaalde elektrische spanning en afhankelijk van de polariteit van deze spanning wordt de machinist verzocht een bepaalde handeling te stellen, of moet hij gewoon niets doen. Indien hij een handeling moet stellen (eerst een knop bedienen) moet hij ook zelf een remming inzetten, doet hij dit niet… dan gebeurt er gewoonweg niets. Dit is het gevaarlijke aan dit systeem, er wordt verwacht dat de machinist zelf een daad stelt. Alleen wanneer hij die bepaalde beginhandeling niet zou stellen ( het bedienen van die knop) dan zou er automatisch  een noodstop uitgevoerd worden. Dit is dus een gevaarlijke situatie omdat er nog altijd verwacht wordt dat de machinist zelf de remming inzet.

Kenners zullen weten dat er reeds veel andere modernere systemen bestonden in Europa die er konden voor zorgen dat dit ongeval nooit gebeurt was. De Belgische lijnen waren daar nog niet mee uitgerust.
Om een en ander te moderniseren op het Belgische spoorwegnet werd eerst het  systeem TBL(1+) ( ontwikkeld door ACEC Charleroi) gebruikt. België installeerde het op veel van zijn lijnen en rustte zijn krachtvoertuigen ermee uit. Dit systeem was echter niet Europees erkend en de installatie op vreemde krachtvoertuigen kon niet eens verplicht worden. Met andere woorden, geen enkele andere operator die in België mocht rondrijden hoefde dit te installeren. Alleen ETCS (die in volle aanleg is op de voornaamste lijnen) kon verplicht worden samen met het stokoude “krokodilsysteem” die ook nog erkend was door Europa.

Had het krachtvoertuig  en de spoorweglijn destijds al uitgerust geweest met ETCS dan kon dit ongeval niet eens gebeuren.
Waarom werd er eerst gekozen voor een tussenoplossing onder de vorm van TBL(1+) in België? Waarom moest eerst nog het TBL systeem geïnstalleerd worden op de Belgische spoorweginfrastructuur en op de krachtvoertuigen?
Moest ACEC extra geld toegestopt worden misschien? Zaten ze weer in financiële problemen? Wie keurde dit goed binnen de NMBS top? Was dit op bevel van de politici en zo ja welke? Zo neen, wie binnen de spoorwegen heeft deze nutteloze tussenstap geforceerd?
Had men meteen ETCS uitgerold dan zat men al veel verder, was er veel geld bespaard geweest en was men meteen klaar voor de volgende stap binnen het Europese spoorwegveiligheidsbeleid.

Er was volgens mij dus wel degelijk een veiligheidstekortkoming op de lijn. Had men de Belgische lijnen meteen  uitgerust met het toen reeds beschikbare ETCS dan had dit nooit kunnen gebeuren en dan zou de machinist misschien ook nog geleefd hebben. Er zou veel geld uitgespaard zijn want de tussenstap via TBL(1+) was eigenlijk nergens voor nodig. Er is dus veel tijd en geld verloren gegaan. Waarom moest ACEC in Wallonië deze contracten toegespeeld worden? Wat was de zin van dit alles? Waarom toch eerst een nutteloos, niet erkend systeem uitrollen? Wat zat hier achter?
We zullen het nooit meer te weten komen want de schuldige is gevonden, het onderzoek is beëindigd.
Het verslag van het onderzoek door het OOID:
http://mobilit.belgium.be/sites/default/files/downloads/verslag_Wetteren.pdf

 

Mijn vrienden van het social team van Telenet.

Op 23 augustus zat ik gezellig op mijn terras via Yelo tv van Telenet op de laptop te genieten van de Vuelta ( ik ben een fan van wielrennen). Het weer was warm en het was een heerlijk weertje buiten.
Ik dacht bij mezelf dat de mogelijkheid om op de laptop tv te kijken toch een goed idee was en dat het , mits een goede internet verbinding, best een handige applicatie of website was.

Ik gebruik het regelmatig eens en het moet gezegd, het zorgt voor een tevreden gevoel. Nu moet ik tenminste bij goed weer niet meer binnen zitten voor de tv wanneer het weer zo heerlijk warm buiten is.

De etappe was een beetje saai en daarom volgde ik intussen via een 2de browservenster eveneens enkele Twitter conversaties.

Ik dacht bij mezelf, wel mijn volgers mogen best weten dat Yelo tv een makkelijke manier is om tv te kijken en dus plaatste ik de volgende tweet op Twitter:
begintweet vuelta via yelo

Zeer snel kwam er een antwoord van Kristof van het “social team” van Telenet op deze tweet:

opvolging vuelta tweet via yelo

opvolging 2 vuelta tweet via yelo

Vriendelijke gasten bij het Telenet “social team” dacht ik bij mezelf. Het is altijd prettig om een korte conversatie te hebben met deze mensen ( die ook van vlees en bloed zijn), anders dan over problemen met installaties en instellingen (die ik overigens zelden heb met mijn Telenet producten, ik ben van oordeel als het werkt blijf eraf).

Vandaag 30 augustus 2016, rustdag in de Vuelta, maar toch ben ik te vinden op het terras met de laptop (twitter) tot er plots een pakje geleverd wordt. Wat kan dat nu zijn? Ik heb niets besteld, mijn vrouw ook niet… Een klein pakje wordt in mijn handen gestoken en weg zijn ze.

Ik open het pakje en wat vind ik tot mijn grote verbazing!

cadeau telenet

Ik kan u verzekeren dat ik zelden met open mond sta, maar dit keer was dit echt wel het geval! Als commerciële geste kan dit natuurlijk tellen, als gebaar kan dit nog meer tellen. Dit is een ongelooflijk mooi cadeau die me morgen (31 augustus) tijdens de Vuelta (vandaag is het rustdag) nog meer zal smaken wanneer ik op het terras zal genieten van dit heerlijke cadeau terwijl ik via Yelo tv van Telenet zit te kijken.

Wel beste vrienden van het Telenet “tem social” jullie zijn allemaal schatten.

BEDANKT voor jullie ongelooflijk mooi cadeau, ik ga morgen zeker aan jullie denken tijdens de Vuelta 2016.

(Telenet en Yelo tv zijn geregistreerde merken van Telenet NV en behoren tot het © Telenet 2016.)

The limits of my language means the limits of my world.

Reeds jaren woon ik in een eenvoudig rijhuis op een gewestweg net buiten de stadskern. Toen ik hier meer dan 30 jaar geleden kwam wonen stonden er in de buurt minder nieuwe huizen en waren mijn naaste buren allemaal oudere Vlaamse gezinnen. Langzaamaan werden er meer huizen en appartementen in de straat  gebouwd en nu 30 jaar later kan men zeggen dat er een volledig lint van huizen staat, met hier en daar nog een open plekje waar men nog wat groen ziet.

Door de jaren heen verouderde de bevolking en verhuisden mensen naar het RVT of – erger nog – zij belandden 300 meter verderop naar de stad toe, op de plaatselijke begraafplaats. De vrijgekomen huizen werden aangekocht door jonge gezinnen en werden verbouwd tot modernere woningen voorzien van alle comfort.

De laatste jaren zien we echter niet alleen jonge gezinnen maar vooral anderstalige gezinnen of gezinnen van vreemde origine de huizen opkopen of huren. Zo woont er intussen vlak naast mij een Belgisch gezin met 6 kinderen die afkomstig zijn uit het Brusselse en aan de andere kant woont een jong gezin met 1 kindje van Roemeense afkomst. Rechtover de deur woont een vreemd gezin die met niemand contact heeft en met niemand praat omdat ze de taal niet spreken. Verderop wonen Afrikaanse inwijkelingen, een gemeenschap die stilaan ook mijn kleine provinciestadje overspoeld.

Een wandeling door de stad.

De voertaal bij de lokale handelaars wordt stilaan Frans, Arabisch, Lingala en alle andere Slavische talen die men maar kan bedenken. Men mag blij zijn als men eens het lokale dialect hoort.

De stadsdiensten hebben aan elk loket al papiertjes in verschillende talen opgehangen waarop gewezen wordt op hun plicht van enkel Nederlands te praten en dat wie er komt eventueel zelf voor een tolk moet zorgen.

In de lokale kringloopwinkel ziet men bijna alleen nog Afrikaanse mensen en vrouwen met hoofddoeken, men hoort er veel Frans praten, zelf bepaalde werknemers spreken amper voldoende onze Nederlandse taal.

Onlangs op het containerpark liepen 4 Afrikanen rond met handschoenen aan die door de berg afval aan het neuzen waren op zoek naar nog bruikbare goederen. Het is strikt verboden om gedeponeerd afval weer mee te nemen, maar het is onbegonnen werk voor het personeel om een oogje te houden op de vreemdelingen die daar hun “inkopen” komen ophalen. Ze glippen overal door en zijn pijlsnel, de ene houdt de mensen bezig en de anderen stelen intussen kleine dingen die zij willen meenemen.

Het stadspark is een oase van rust, ware het niet dat die dikwijls verstoord wordt door bendes jonge vreemdelingen die denken dat zij er de baas zijn. Niet zelden ontstaan er woordenwisselingen of vechtpartijen onder de kleine “bendes”. Het is soms zo erg dat ik mijn wandelingen via het stadspark gewoon niet meer doe, om het risico niet te lopen in conflict te komen met deze jonge mensen. Kattenkwaad noemt men dat, ik noem het jonge delinquenten, de geur van marihuana is steeds onmiskenbaar aanwezig.

Onlangs ben ik nog tussengekomen bij 2 vechtende Afrikaanse vrouwen op straat (ik weet het, waar zat ik met mijn gedachten op dat moment), eentje was zwanger en kreeg rake klappen van een andere vrouw. Een vrouw maakte haar vlug uit de voeten en ik bleef over met de zwangere vrouw die op het trottoir lag. Ik sprak tegen de vrouw maar ze verstond mij niet, ze sprak amper Frans, dichtbij stond een andere Afrikaanse man buiten en ik wenkte hem om te komen helpen, hij sprak alleen Lingala en Frans, hij vertelde mij dat de vrouw zwanger was en pijn in haar buik had. Wij belden dus de ziekenwagen op. Toen die arriveerde konden zij haar ook niet begrijpen omdat de gewonde Afrikaanse vrouw alleen maar Lingala sprak.

Een zin is mij bij gebleven van de vriendelijke Afrikaanse man die mij toen geholpen heeft. Hij zei tegen mij “Nous avons beaucoup de problèmes avec la communauté Congolaise ici, vos lois sont trop laxistes, au Congo, dans leur village, ils ne seraient pas osé le faire parce que la communauté serait les punir” . Dat is mij bij gebleven en stemt wel tot nadenken. Zijn wij Belgen echt te laks?

Een praatje maken met de buren vroeger.

Onze tuintjes liggen allemaal naast elkaar en ’s avonds was het er altijd gezellig druk. Iedereen was bezig zijn moestuintje te onderhouden en ondertussen werd er heel wat raad gegeven door de oudere tuinspecialisten. De lokale roddels gingen rond en de laatste grappen werden rondverteld.

Er waren nog 3 café’s in de onmiddellijke buurt en op vrijdagavond kwamen veel van de buren daar samen om een glaasje te drinken met elkaar. Op die dagen werden er banden gesmeed, hulp ingeroepen voor projecten die men moest verwezenlijken, groenten uit de moestuin uitgewisseld of afspraken gemaakt voor een BBQ of mosselfestijn samen. Soms werd er ook al eens een grap uitgehaald of ging er iemand thuis frietjes bakken om samen op te eten. U kent het wel, de typische Vlaamse gemoedelijkheid bij een biertje of 2 …
Iedereen stak altijd een handje toe en de kosten werden altijd gedeeld door het aantal deelnemers. Heerlijke fantastische momenten hebben wij daar beleefd. De buurt leefde en iedereen hielp elkaar.

Een praatje maken met de buren nu.

Ik praat heel graag met andere mensen en leer graag wat bij over andere culturen. Mijn moeder zaliger zei altijd tegen mij “jij zou nog spreken tegen een hond met een hoed op, jij bent een spreekmachine”.
Wanneer ik op reis ga, bereid ik me altijd voor en leer vooraf enkele basiszinnen en uitdrukkingen die ik dan kan gebruiken. Meestal stellen mensen ter plaatse dat wel zeer op prijs. Het zorgt ook meestal voor een brede lach op hun gezicht, dat zal dan wel liggen aan mijn uitspraak en het rare accent.

Het praatje met de buren beperkt zich nu meestal tot minimale basiszinnen zoals goedemorgen, goedeavond en goed weer vandaag. De buren spreken immers geen woord Nederlands. De Brusselse familie woont hier inmiddels meer dan 10 jaar maar spreekt – op de kinderen die hier naar school gaan na- geen woord Vlaams. Hun voertaal is het Frans en de moeder heeft na 2 pogingen haar lessen Nederlands voor anderstaligen gestaakt “omdat het te moeilijk was”, Vlaams ligt haar niet en ze heeft het toch niet nodig.

De buren aan de andere kant zijn afkomstig uit Roemenië maar hebben voordien enkele jaren in Spanje gewoond tot de crisis hen deed besluiten – op aanraden van familie die hen vertelden dat het veel beter was in België – om naar hier te verhuizen. Zij spreken Roemeens een heel klein beetje Frans en Spaans, wat Engels en geen woord Nederlands.
De vrouw werkt als poetsvrouw in het dienstenchequecircuit en de man werkt als arbeider bij een aannemer. Beiden zijn harde werkers want ze werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat ook op zaterdag en soms zelfs op zondag. Daarom hebben ze geen tijd om Nederlands te leren.
Onlangs klaagden ze nog dat ze geen Frans wilden praten bij de dienst bevolking van de stad, in het Frans kon zij haar nog behelpen maar ze kende geen Nederlands en was niet zinnens dat te gaan leren ook. Haar rijbewijs heeft ze behaald in Doornik want daar spraken ze Frans natuurlijk en was het bovendien makkelijker om de testen te doen (een mens leert nog iets bij zo).

Burgerlijk ongehoorzaam zijn onder het mom van de taalbarrière.

De taalbarrière wordt door de beide buren dikwijls ingeroepen om bepaalde zaken niet te hoeven naleven.  Zo zijn er verschillende inbreuken tegen de stedenbouwkundige voorschriften, het politiereglement, het GAS-reglement en tegen de algemene voorschriften die een leefgemeenschap oplegt.

Ik dacht dat ik de buren hielp met hen wegwijs te maken met het systeem van vuil- en afvalophaling. Zo bezorgde ik hen het nummer van ILVA waar ze gratis een GFT-container konden aanvragen, kopieerde ik de huisvuilkalender waar de regels en datums van de ophaling op vermeld staan, enz. Blijkbaar wordt mijn goede raad niet begrepen want tot op heden hebben ze geen GFT-container, blauwe zakken of een compostbak of -ton. Alles gaat in de gele huisvuilzak, die, volgens hen “al vele kosten”. Hier in mijn stadje mag men maar max. 5 vuilzakken buitenzetten anders blijven ze staan. Mijn buurman heeft geluk, hij zet er altijd meer buiten en altijd worden die probleemloos mee genomen.
Gras wordt afgemaaid op zondagmorgen om 7 uur want gedurende de week heeft hij geen tijd omdat hij altijd moet werken van zijn Vlaamse baas. Drie dagen verlof was alles wat hij kon krijgen dit jaar, want er was teveel werk! Wanneer moet een mens zijn gras dan afrijden? Juist om 7 uur op de rustdag bij uitstek. Verwijzingen naar het politiereglement worden steevast niet begrepen want hij spreekt de taal niet en kan het dus niet lezen. Bovendien is er toch geen controle.

Communiceren is dus heel moeilijk, zeker wanneer men merkt dat ze mijn Vlaams slechter en slechter begrijpen wanneer ze gewezen worden op foutjes of zaken die eigenlijk niet mogen.

De wereld is mijn dorp.

Heel eerlijk, ik vind dit een akelig idee want meer en meer voel ik mij een vreemdeling in mijn eigen dorp. Blijkbaar ben ik het – als “native” – alleen die de regeltjes moet naleven en die beboet wordt als ik iets verkeer doe.

Ik krijg stilaan de indruk dat de mondialisering een negatieve invloed heeft op onze eigen cultuur en waarden. Het wordt echt tijd een rem te zetten om de immigratie. Mensen die echt moeten geholpen worden, hebben recht op en verdienen hulp van rijkere landen. Economische vluchtelingen moet men tegenhouden aan de grenzen, wij kunnen niet iedereen helpen want anders hebben wij binnen enkele jaren zelf hulp nodig.

%d bloggers liken dit: