Tag Archive | emotie

The limits of my language means the limits of my world.

Reeds jaren woon ik in een eenvoudig rijhuis op een gewestweg net buiten de stadskern. Toen ik hier meer dan 30 jaar geleden kwam wonen stonden er in de buurt minder nieuwe huizen en waren mijn naaste buren allemaal oudere Vlaamse gezinnen. Langzaamaan werden er meer huizen en appartementen in de straat  gebouwd en nu 30 jaar later kan men zeggen dat er een volledig lint van huizen staat, met hier en daar nog een open plekje waar men nog wat groen ziet.

Door de jaren heen verouderde de bevolking en verhuisden mensen naar het RVT of – erger nog – zij belandden 300 meter verderop naar de stad toe, op de plaatselijke begraafplaats. De vrijgekomen huizen werden aangekocht door jonge gezinnen en werden verbouwd tot modernere woningen voorzien van alle comfort.

De laatste jaren zien we echter niet alleen jonge gezinnen maar vooral anderstalige gezinnen of gezinnen van vreemde origine de huizen opkopen of huren. Zo woont er intussen vlak naast mij een Belgisch gezin met 6 kinderen die afkomstig zijn uit het Brusselse en aan de andere kant woont een jong gezin met 1 kindje van Roemeense afkomst. Rechtover de deur woont een vreemd gezin die met niemand contact heeft en met niemand praat omdat ze de taal niet spreken. Verderop wonen Afrikaanse inwijkelingen, een gemeenschap die stilaan ook mijn kleine provinciestadje overspoeld.

Een wandeling door de stad.

De voertaal bij de lokale handelaars wordt stilaan Frans, Arabisch, Lingala en alle andere Slavische talen die men maar kan bedenken. Men mag blij zijn als men eens het lokale dialect hoort.

De stadsdiensten hebben aan elk loket al papiertjes in verschillende talen opgehangen waarop gewezen wordt op hun plicht van enkel Nederlands te praten en dat wie er komt eventueel zelf voor een tolk moet zorgen.

In de lokale kringloopwinkel ziet men bijna alleen nog Afrikaanse mensen en vrouwen met hoofddoeken, men hoort er veel Frans praten, zelf bepaalde werknemers spreken amper voldoende onze Nederlandse taal.

Onlangs op het containerpark liepen 4 Afrikanen rond met handschoenen aan die door de berg afval aan het neuzen waren op zoek naar nog bruikbare goederen. Het is strikt verboden om gedeponeerd afval weer mee te nemen, maar het is onbegonnen werk voor het personeel om een oogje te houden op de vreemdelingen die daar hun “inkopen” komen ophalen. Ze glippen overal door en zijn pijlsnel, de ene houdt de mensen bezig en de anderen stelen intussen kleine dingen die zij willen meenemen.

Het stadspark is een oase van rust, ware het niet dat die dikwijls verstoord wordt door bendes jonge vreemdelingen die denken dat zij er de baas zijn. Niet zelden ontstaan er woordenwisselingen of vechtpartijen onder de kleine “bendes”. Het is soms zo erg dat ik mijn wandelingen via het stadspark gewoon niet meer doe, om het risico niet te lopen in conflict te komen met deze jonge mensen. Kattenkwaad noemt men dat, ik noem het jonge delinquenten, de geur van marihuana is steeds onmiskenbaar aanwezig.

Onlangs ben ik nog tussengekomen bij 2 vechtende Afrikaanse vrouwen op straat (ik weet het, waar zat ik met mijn gedachten op dat moment), eentje was zwanger en kreeg rake klappen van een andere vrouw. Een vrouw maakte haar vlug uit de voeten en ik bleef over met de zwangere vrouw die op het trottoir lag. Ik sprak tegen de vrouw maar ze verstond mij niet, ze sprak amper Frans, dichtbij stond een andere Afrikaanse man buiten en ik wenkte hem om te komen helpen, hij sprak alleen Lingala en Frans, hij vertelde mij dat de vrouw zwanger was en pijn in haar buik had. Wij belden dus de ziekenwagen op. Toen die arriveerde konden zij haar ook niet begrijpen omdat de gewonde Afrikaanse vrouw alleen maar Lingala sprak.

Een zin is mij bij gebleven van de vriendelijke Afrikaanse man die mij toen geholpen heeft. Hij zei tegen mij “Nous avons beaucoup de problèmes avec la communauté Congolaise ici, vos lois sont trop laxistes, au Congo, dans leur village, ils ne seraient pas osé le faire parce que la communauté serait les punir” . Dat is mij bij gebleven en stemt wel tot nadenken. Zijn wij Belgen echt te laks?

Een praatje maken met de buren vroeger.

Onze tuintjes liggen allemaal naast elkaar en ’s avonds was het er altijd gezellig druk. Iedereen was bezig zijn moestuintje te onderhouden en ondertussen werd er heel wat raad gegeven door de oudere tuinspecialisten. De lokale roddels gingen rond en de laatste grappen werden rondverteld.

Er waren nog 3 café’s in de onmiddellijke buurt en op vrijdagavond kwamen veel van de buren daar samen om een glaasje te drinken met elkaar. Op die dagen werden er banden gesmeed, hulp ingeroepen voor projecten die men moest verwezenlijken, groenten uit de moestuin uitgewisseld of afspraken gemaakt voor een BBQ of mosselfestijn samen. Soms werd er ook al eens een grap uitgehaald of ging er iemand thuis frietjes bakken om samen op te eten. U kent het wel, de typische Vlaamse gemoedelijkheid bij een biertje of 2 …
Iedereen stak altijd een handje toe en de kosten werden altijd gedeeld door het aantal deelnemers. Heerlijke fantastische momenten hebben wij daar beleefd. De buurt leefde en iedereen hielp elkaar.

Een praatje maken met de buren nu.

Ik praat heel graag met andere mensen en leer graag wat bij over andere culturen. Mijn moeder zaliger zei altijd tegen mij “jij zou nog spreken tegen een hond met een hoed op, jij bent een spreekmachine”.
Wanneer ik op reis ga, bereid ik me altijd voor en leer vooraf enkele basiszinnen en uitdrukkingen die ik dan kan gebruiken. Meestal stellen mensen ter plaatse dat wel zeer op prijs. Het zorgt ook meestal voor een brede lach op hun gezicht, dat zal dan wel liggen aan mijn uitspraak en het rare accent.

Het praatje met de buren beperkt zich nu meestal tot minimale basiszinnen zoals goedemorgen, goedeavond en goed weer vandaag. De buren spreken immers geen woord Nederlands. De Brusselse familie woont hier inmiddels meer dan 10 jaar maar spreekt – op de kinderen die hier naar school gaan na- geen woord Vlaams. Hun voertaal is het Frans en de moeder heeft na 2 pogingen haar lessen Nederlands voor anderstaligen gestaakt “omdat het te moeilijk was”, Vlaams ligt haar niet en ze heeft het toch niet nodig.

De buren aan de andere kant zijn afkomstig uit Roemenië maar hebben voordien enkele jaren in Spanje gewoond tot de crisis hen deed besluiten – op aanraden van familie die hen vertelden dat het veel beter was in België – om naar hier te verhuizen. Zij spreken Roemeens een heel klein beetje Frans en Spaans, wat Engels en geen woord Nederlands.
De vrouw werkt als poetsvrouw in het dienstenchequecircuit en de man werkt als arbeider bij een aannemer. Beiden zijn harde werkers want ze werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat ook op zaterdag en soms zelfs op zondag. Daarom hebben ze geen tijd om Nederlands te leren.
Onlangs klaagden ze nog dat ze geen Frans wilden praten bij de dienst bevolking van de stad, in het Frans kon zij haar nog behelpen maar ze kende geen Nederlands en was niet zinnens dat te gaan leren ook. Haar rijbewijs heeft ze behaald in Doornik want daar spraken ze Frans natuurlijk en was het bovendien makkelijker om de testen te doen (een mens leert nog iets bij zo).

Burgerlijk ongehoorzaam zijn onder het mom van de taalbarrière.

De taalbarrière wordt door de beide buren dikwijls ingeroepen om bepaalde zaken niet te hoeven naleven.  Zo zijn er verschillende inbreuken tegen de stedenbouwkundige voorschriften, het politiereglement, het GAS-reglement en tegen de algemene voorschriften die een leefgemeenschap oplegt.

Ik dacht dat ik de buren hielp met hen wegwijs te maken met het systeem van vuil- en afvalophaling. Zo bezorgde ik hen het nummer van ILVA waar ze gratis een GFT-container konden aanvragen, kopieerde ik de huisvuilkalender waar de regels en datums van de ophaling op vermeld staan, enz. Blijkbaar wordt mijn goede raad niet begrepen want tot op heden hebben ze geen GFT-container, blauwe zakken of een compostbak of -ton. Alles gaat in de gele huisvuilzak, die, volgens hen “al vele kosten”. Hier in mijn stadje mag men maar max. 5 vuilzakken buitenzetten anders blijven ze staan. Mijn buurman heeft geluk, hij zet er altijd meer buiten en altijd worden die probleemloos mee genomen.
Gras wordt afgemaaid op zondagmorgen om 7 uur want gedurende de week heeft hij geen tijd omdat hij altijd moet werken van zijn Vlaamse baas. Drie dagen verlof was alles wat hij kon krijgen dit jaar, want er was teveel werk! Wanneer moet een mens zijn gras dan afrijden? Juist om 7 uur op de rustdag bij uitstek. Verwijzingen naar het politiereglement worden steevast niet begrepen want hij spreekt de taal niet en kan het dus niet lezen. Bovendien is er toch geen controle.

Communiceren is dus heel moeilijk, zeker wanneer men merkt dat ze mijn Vlaams slechter en slechter begrijpen wanneer ze gewezen worden op foutjes of zaken die eigenlijk niet mogen.

De wereld is mijn dorp.

Heel eerlijk, ik vind dit een akelig idee want meer en meer voel ik mij een vreemdeling in mijn eigen dorp. Blijkbaar ben ik het – als “native” – alleen die de regeltjes moet naleven en die beboet wordt als ik iets verkeer doe.

Ik krijg stilaan de indruk dat de mondialisering een negatieve invloed heeft op onze eigen cultuur en waarden. Het wordt echt tijd een rem te zetten om de immigratie. Mensen die echt moeten geholpen worden, hebben recht op en verdienen hulp van rijkere landen. Economische vluchtelingen moet men tegenhouden aan de grenzen, wij kunnen niet iedereen helpen want anders hebben wij binnen enkele jaren zelf hulp nodig.

Advertenties

Dodelijke aanrijding op het spoor.

In stilte hoopt iedere treinbestuurder om dit nooit te moeten meemaken. Toch komt het bijna dagelijks voor op het spoor. Sommige aanrijdingen zie je aankomen, anderen totaal niet en in extreme gevallen word je als treinbestuurder ergens onderweg ingelicht dat je een persoon aangereden hebt. Op dat ogenblik begint een verwerkingsproces dat voor iedere treinbestuurder anders verloopt.

Tijdens mijn carrière heb ik 4 aanrijdingen meegemaakt en 1 bijna aanrijding. De voorlaatste dodelijke aanrijding bleef het meeste hangen en af en toe herbeleef ik die nog eens alhoewel het intussen meer dan 10 jaar geleden is. Telkens ik op die plaats voorbij kom moet ik terug denken aan die zonnige meidag met desastreuze gevolgen. Mijn ervaringen beschrijf ik hierna, de meest gruwelijke details zal ik vermijden voor zover ze niet relevant zijn om het beeld te schetsen van wat er door een mens heen gaat op dat moment. De persoonlijke details laat ik weg uit respect voor de nabestaanden.

Reconstructie van de aanrijding.

De hele dag verliep al perfect, ik deed stoptreintjes tussen 2 regio’s en het weer speelde mee, overal zaten er mensen in de tuin en ze zwaaiden wanneer ik voorbij kwam. De klanten waren goedgeluimd, ongetwijfeld zat het warme zonnetje daar voor iets tussen. Ik moest nog een ritje heen en terug en dan zat mijn werkdag er ook op. Ik keek er al naar uit want die avond gingen wij uit eten met vrienden en de volgende 2 dagen moest ik niet werken. Ik mocht me dan ook even laten gaan. Treinbestuurders moeten sober leven en opletten dat ze niet te uitbundig doorzakken want dat kan natuurlijk niet wanneer je met mensen onder weg bent. De promillegrens ligt op 0,2 en indien je toch meer zou hebben dan wordt ‘de afzetting’ als straf voorgesteld. Opletten geblazen dus. Dit keer echter zou ik toch mogen meegenieten van de zomerse sangria dat die avond beloofd was.

Ik was net vertrokken in een klein landelijk stationnetje toen ik een persoon door de gesloten slagbomen zag wandelen. Dit zien wij elke dag meerdere keren en verschieten doen we daar niet echt meer van. Het doet je hart enkel wat sneller kloppen en steevast knijp je wat harder in de remhendel voor het geval dat…

Deze persoon stapte vrij traag over en ik dacht  bij mezelf ‘komaan man – tempo – want dit gaat erom spannen’. Ik zette mij wat rechter en de adrenaline begon door mijn aderen te stromen. Eens die persoon in het midden van mijn spoor gekomen was, draaide hij zich in de richting van mijn aanstormende trein en bleef perfect in ‘geef acht’ houding staan (ooit al eens in het spoor gestaan vlak voor een stilstaande trein? Dat moet je echt eens doen, dan begrijp je dit nog veel beter). Intussen had ik in een reflex reeds noodremming gegeven. Zo een trein zet je niet zomaar stil op een paar meter en ik wist al dat het te laat was, een aanrijding zou niet meer te vermijden zijn. Vanaf dat moment staan al je zintuigen op scherp en beleef je alles zoals in een vertraagde film, ik kan me nog elk detail perfect voor de geest halen. Je hoopt dat de trein nog tot stilstand zal komen vóór die persoon, maar diep in je binnenste weet je dat het onvermijdelijke zal volgen.
De persoon bleef mij recht aankijken, hij keek recht in mijn ogen en ik vergeet nooit van mijn leven die intense trieste blik, er straalde geen enkele emotie uit, geen angst, geen opwinding, enkel een diepe triestheid. Hij bewoog zich absoluut niet ! Ik klaksoneerde en maakte waaiende bewegingen naar de persoon, alsof ik hem daarmee van het spoor kon duwen. Niets hielp, hij veroerde geen vin en bleef staan pal in het midden van mijn spoor. Zijn trieste ogen priemden door mijn venster…

De klap was onvermijdelijk en kwam hard aan. Eerst een doffe droge klop toen hij geraakt werd door 300 ton staal, dan even niets en dan hoor je het lichaam onder de trein terecht komen… Ik bespaar jullie deze details; maar het is een geluid dat je nooit meer vergeet, wees daar maar zeker van.

Eens de trein stilstond begon ik spontaan de veiligheidsmaatregelen toe te passen die me aangeleerd waren tijdens de opleiding en die ik – in gedachten – al zo dikwijls herhaald had. Ik hoopte dat ik niets vergeten was. Toevallig was de politie in de buurt en die was dan ook zeer snel ter plaatse en zeer behulpzaam. De politieman was zeer vriendelijk en sloot de zijdeur van de dienstwagen zodat we rustig en afgezonderd van de tientallen opgedaagde nieuwsgierigen even met elkaar konden praten. Ik trilde nog altijd een beetje en de politieagent bood mij een sigaret aan die ik spontaan weigerde, dat was wel het laatste waar ik behoefte aan had. Nadat ik de procedures met de politie afgehandeld had was het wachten op de rest van de ‘etat major’ die ongetwijfeld vlug ter plaatse zou zijn.

Intussen was er van de andere kant een trein aangekomen die stopte voor de plaats des onheils, ik was blij om te zien dat het een collega van mijn depot was waarmee ik echt goed kon opschieten. Samen sta je sterker en deze man kon ik vertrouwen, hij had 15 jaar meer ervaring en vertelde mij dat alles in orde zou komen. Ik herinnerde mij dat mijn verslag nog op het krachtvoertuig lag en ging dat eerst ophalen tegen dat de ‘etat major’ er zou aankomen (dat is een term die wij treinbestuurders gebruiken om de delegatie van sterren en strepen aan te duiden die onvermijdelijk opdagen bij dergelijke voorvallen).

Toen ik mij naar mijn cabine begaf, waarbij ik steeds voorbij het zwaar verminkte lichaam moest komen die zich nog onder mijn trein bevond en nog niet afgedekt was, sprak er mij een vrouw aan. Ze vroeg op een erg pedante manier hoe lang de trein nog zou stil staan want ze had een dringende afspraak en kon niet te laat komen. Wanneer ik haar vertelde dat ik zojuist iemand dood gereden had en dat het bijgevolg nog een tijdje zou duren, eiste zij onmiddellijk dat ik een taxi zou oproepen zodat ze op tijd was voor haar afspraak. Dat er een verminkt lijk onder haar rijtuig lag raakte haar totaal niet. Zo is het leven nu eenmaal zeker? Toch is de reactie van die vrouw me altijd bijgebleven, ik denk er dikwijls aan wanneer ik de reacties op de vertragingen bij de NMBS lees op twitter.

De tweede passagier die mij aansprak was een jonge dame op weg naar haar werk, ze was verpleegster en zei me dat ze beschikbaar was indien ik of iemand anders hulp nodig had.

Toen ik terug kwam aan de overweg vertelden bewoners uit de buurt mij dat ze die persoon al een tijdje hadden zien lopen in de buurt van de spoorweg en dat hij stond te kijken naar de treinen aan die specifieke overweg. Waarom koos hij net mijn trein uit? We zullen het nooit weten.

Aankomst van de ‘etat major’ ter plaatse.

Vanaf het ogenblik dat deze mensen aankomen staan wij onder het bevel van hen, zij regelen dan het verdere verloop van de actie. Dit liep niet van een leien dakje want regels en voorschriften werden wel heel flexibel toegepast, tenminste dat probeerde men toch. Meermalen moest ik als bestuurder tussenkomen en de procedure uitleggen want het was duidelijk dat men niet zo goed op de hoogte was.

Wij leggen alle 3 jaar testen af om onze kennis op peil te houden en moeten dan ook zeer regelmatig tijdens het jaar de aangepaste of nieuwe reglementering bijhouden. Deze mensen moeten die 3-jaarlijkse testen niet afleggen en het is duidelijk wanneer zij deze procedures en reglementering niet zelf bijhouden, die een beetje ‘roestig’ zijn op het ogenblik dat zij ze moeten toepassen. Logisch natuurlijk wanneer je weet dat zij, eens ze geslaagd zijn en in normale omstandigheden, hun opgedane kennis nooit meer moeten bewijzen.

Nadat de ‘chef’ maatregelen genomen had om de reizigers te evacueren mocht mijn trein terug aanzetten. HIj was echter vergeten dat het zwaar verminkte lijk nog onder mijn trein lag en ik weigerde om mij ook maar 1 meter te verzetten. Eens de overblijfselen van wat ooit een mens was geweest opgeruimd waren konden wij de rit verder zetten, na het uitvoeren van de nodige procedures (geloof mij, aan documenten geen gebrek).

De tijden zijn veranderd intussen.

Men mag niet vergeten dat dit voorval zich meer dan 10 jaar geleden heeft afgespeeld en intussen zijn de tijden veranderd en wel degelijk ten goede. De NMBS heeft gezorgd voor een procedure die maakt dat bestuurders die dergelijke traumatische gebeurtenis tegenkomen volledige ondersteuning krijgen vanaf de plaats van het ongeval tot ze terug thuis zijn. Vanaf het moment dat de permanentie het bericht krijgt dat er een aanrijding is geweest starten zij een procedure op die ervoor zorgt dat de bestuurder ter plaatse begeleiding krijgt van een ‘instructeur’ die een speciale opleiding genoten heeft. Deze instructeur noemt men een API (Assistent Post traumatic Incident) zijn taak bestaat erin de bestuurder te begeiden tot thuis en ervoor te zorgen dat de bestuurder in de meest optimale omstandigheden de plaats van het gebeuren kan verlaten.

Er wordt gezorgd voor opvang nadien en indien nodig staan er zelfs psychologen paraat om de bestuurder bij te staan. De eerste werkdag dat de bestuurder terug gaat rijden wordt hij tijdens deze rit ook steeds begeleid. Wanneer een bestuurder na die eerste rit nog steeds problemen heeft met de verwerking van het gebeuren kan hij steeds beroep doen op een team van professionelen die hem verder zullen begeleiden.

Blijft zo een ongeval hangen?

Dat is afhankelijk van persoon tot persoon natuurlijk en alleen jijzelf kan daar een antwoord op geven. Mijn ervaring is dat het nooit weggaat, maar ik heb er niet veel hinder van. Ik kan er open over praten, vooral met collega’s op het werk. Soms maken we er zelfs grapjes over, klinkt misschien ongepast maar het is nu eenmaal zo. Als bestuurder weet je dat het meestal te laat is wanneer men zo iets meemaakt. Je kan de persoon niet ontwijken,even het stuur omgooien is er echt niet bij voor ons. Het maakt deel uit van het verwerkingsproces denk ik. Men moet altijd voor ogen houden dat het niet de fout van de treinbestuurder is. Relativeren kan dus helpen in het verwerkingsproces.

Denk ik er nog dikwijls aan? Ja en nee. Doordeweeks denk ik daar nooit aan. Het komt enkel even terug wanneer je voorbijkomt op die plaats en tijdens gesprekken hierover met collega’s. Dit geval is me speciaal bijgebleven omdat ik zo lang oogcontact had met het slachtoffer. Ik heb hierover gesproken met de arbeidsgeneesheer (een vrouw bij ons) en heb daar echt wel veel aan gehad.

De enige belofte dat ik mijzelf gemaakt heb is dat ik onmiddellijk ophou met rijden moest ik ooit kinderen doodrijden, daar zou ik problemen mee hebben, zware problemen.

CONCLUSIE.

De treinbestuurder moet alleen en in uiterst moeilijke omstandigheden de eerste maatregelen nemen en is dus enorm afhankelijk van zijn opgedane kennis tijdens zijn opleiding.

De treinbestuurder moet het vermogen hebben om in dergelijke momenten ijzig kalm te blijven.

De treinbestuurder loopt elke dag de kans een psychologisch trauma op te doen.

De opleiding mag het nog 1000 keer uitleggen, ter plaatse loopt het nooit zoals in de opleiding is aangeleerd. Zet de theorie dus opzij, zorg ervoor dat je ingedekt bent (documenten en procedures) en wees creatief. Zorg er wel voor dat alles veilig verloopt.

Als een situatie niet veilig is of wanneer je vind dat het niet ‘kosjer’ is, weiger het dan uit te voeren.

Praat erover met collega’s, het help echt wel. Als je met iets blijft zitten naar aanleiding van het voorval, zoek desnoods professionele hulp, de expertise is ter beschikking en niemand zal je daarvoor met de vinger wijzen.

Maak gebruik van uw recht om een gesprek te hebben met de arbeidsgeneersheer of de psycholoog, laat u niet overhalen om de dag nadien terug aan de slag te gaan.

Wees niet bang dat u hierdoor financieel verlies zal leiden, vermits dit een arbeidsongeval is verlies je niets, ook geen premies. Laat dit dus nooit een reden zijn om sneller aan de slag te gaan. Niemand heeft daar baat bij.

%d bloggers liken dit: